Home

Een paradox is een schijnbare tegenstelling. De belangrijke eigenschap van een econoom is dat hij ziet dat hij de schijn van de tegenstelling begrijpt. Een interessant voorbeeld vindt men in de recente FD column van Lukas Daalder (@LDaalder)- “Schuld=Vermogen”.

Eén van de belangrijkste functies van een bank voor de economie is om toevertrouwd vermogen van mensen die het geld nu niet nodig hebben uit te lenen als schuld voor degene die het wel op korte termijn nodig hebben om bijvoorbeeld bedrijven op te zetten. De bank heeft hierdoor een boek met relatief kortlopende schulden en relatief lange termijn investeringen.

De marktrente

De verhouding tussen het aanbod van vermogen en de vraag naar schuld zou de prijs (marktrente) van geld nu, ten opzichte van geld straks moeten bepalen. Er is echter niet één uniforme marktrente. Banken zullen een hogere rente vragen aan risicovollere schuldenaars met onzekere projecten. Terwijl spaarders van banken die te risicovol uitlenen een hogere spaarrente zullen eisen. Met het verschil tussen de rente voor sparen en lenen verdienen banken geld. Hoe meer concurrentie er is in de geldmarkt des de kleiner zal het verschil tussen de prijs voor sparen en lenen zijn. Met fractioneel bankieren, kan een bank de aanbodzijde vergroten en de marktrente verlagen. Gaan bankiers hierin echter te ver dan zullen spaarders deze bank mijden.

De markrente geeft dus niet een simpel cijfer, maar bevat ook informatie over de verschillende risico’s en concurrentie verschillen in de markt.

De centrale bank

Omdat banken kortlopende schulden hebben bij spaarders, met langlopende investeringen bij schuldenaars kunnen banken door een te kort aan liquiditeit failliet gaan. Om een bank-run te voorkomen is de centrale bank in het leven geroepen als “lender in last resort”.

Een “lender of last resort” heeft echter zijn keerzijde. Ten eerste zijn spaarders niet langer kritisch op de bank waar hun spaar tegoeden liggen. Ten tweede is gebleken dat het moeilijk is voor centrale bankiers om onderscheid te maken tussen banken die lijden onder een liquiditeitscrisis en banken die door slechte investeringen insolvabel zijn. Banken benutten deze situatie door risicovoller uit te lenen en hun het uitgeleende geld verhouding tot hun kortlopende schulden te vergroten.

De versoepeling van de beschikbaarheid van krediet heeft een stimulerend effect op de conjunctuur nu de kredieten echter moeten worden terugbetaald heeft dit een drukkend effect op de economie.

De centrale bank probeert daarom zelf de inflatie aan te wakkeren om zo de markrente voor de schuldenaars laag te houden. Zij vergeten echter hier de paradox in de economie, want inflatie heeft echter wel degelijk een gevolg, maar het is niet de oplossing van het probleem van schuld. Inflatie verplaatst het probleem en is in feite een belasting voor degene die hun spaargeld niet tegen inflatie kunnen beschermen met een beleggingsportefeuille – de mensen met een normale spaarrekening die de centrale bank toch juist wilde beschermen?!

One thought on “De schuld paradox

  1. Pingback: Lage inflatie is voor Zwitserland geen punt | Het Kladblad

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s